analytisch vermogen: Je ontleedt een bepaalde situatie stelselmatig, spoort mogelijke oorzaken op en ziet verbanden in complexe probleemgebieden.
resultaatgericht werken: Je werkt gestructureerd en legt je doel vast. Je richt je besluiten en acties op
het daadwerkelijk bereiken van dit doel.
stressbestendig zijn: Je beheert je tijd efficiënt en blijft in complexe situatie onder druk effectief en kalm presteren. Je kunt gedurende een langere periode in hoge mate actief zijn.
organiseren: Je weet middelen doelgericht in te zetten en mensen te activeren.
besluitvaardig zijn: Je bent in staat rationele, realistische en gegronde beslissingen te nemen, gebaseerd op het overwegen van alle beschikbare feiten en alternatieven.
conceptueel denken: Je plaatst problemen of situaties in een meer omvattend kader waardoor een breder en dieper inzicht ontstaat.
creatief denken: Je komt met nieuwe ideeën die met je functie verband houden om de resultaten te optimaliseren.
flexibel reageren: Je staat open voor nieuwe ideeën en veranderingen, bent bereid meerdere aanpakken te hanteren en verandert van aanpak als de situatie daarom vraagt.
gesprek voeren: Je geeft informatie in heldere en correcte taal weer, luistert naar je gesprekspartner, gaat in op reacties of vat deze samen en vraagt waar nodig door
overtuigen: Je weet ideeën standpunten en plannen zo overtuigend bij anderen naar voren te brengen dat zij, ook na aanvankelijke twijfels, daarmee instemmen.
sensitief reageren: Je staat open voor de gevoelens, houding en motivatie van anderen en houdt rekening met andermans normen en waarden.
onderhandelen: Je onderzoekt gemeenschappelijke belangen en doelen en creëert een win-win situatie. Je haalt een maximaal resultaat uit een onderhandelingssituatie.
conflicten beheersen: Je signaleert weerstanden en/of conflicten en hanteert deze op een correcte en pro-actieve wijze.
inzicht in de omgeving: Je bent goed geïnformeerd over ontwikkelingen buiten je organisatie en benut deze kennis effectief voor je eigen functie of organisatie.
klantgericht handelen: Je onderzoekt de wensen en behoeften van de klant en laat zien vanuit dat perspectief te denken en te handelen.
visie ontwikkelen: Je geeft in hoofdlijnen aan in welke richting de organisatie of een deel daarvan zich gaat bewegen en formuleert aan de hand daarvan een lange termijn beleid.
organisatiebewustzijn: Je benut het krachtenveld binnen en tussen organisaties om uw eigen doelen te realiseren en houdt rekening met de gevolgen voor de eigen organisatie en/of organisatie van de klant.
ondernemen: Je signaleert business mogelijkheden, beïnvloedt deze actief en durft daarbij verantwoorde risico´s te nemen.
financieel bewustzijn: Je hebt inzicht in de financiële situatie van de organisatie en houdt bewust rekening met de kosten en baten van activiteiten en beslissingen
leiderschap: Je inspireert anderen en verkrijgt zo de ondersteuning, instemming en acties om een bepaalde richting op te gaan en draagt eigen verantwoordelijkheden op duidelijke wijze over aan de juiste medewerker.
coachen: Je kunt medewerkers motiveren en stimuleren om het beste uit zichzelf te halen
initiatief ontplooien: Je handelt pro-actief en anticipeert op ontwikkelingen en gebeurtenissen met het oog op kansen voor de organisatie.
voortgang bewaken: Je bewaakt en controleert effectief de voortgang in je eigen werk (en dat van anderen) met de beschikbare tijd en middelen.
visie uitdragen: Je brengt de richting waarin de organisatie zal gaan en de doelen die worden nagestreefd op een aansprekelijke manier over en weet er draagvlak voor te creëren.
|